foto Ispex

Burger mag voor snuffelpaal spelen

Tienduizend Nederlanders gaan deze lente iSpexen: luchtvervuiling meten met hun iPhone. De burger helpt de wetenschap een handje.

Ontzettend spannend vindt Hester Volten de burgermeting van fijnstof, die de komende weken van start gaat. De wetenschappelijk onderzoeker luchtkwaliteit van het RIVM werkt doorgaans met wetenschappers en krijgt data over de concentraties fijnstof binnen via vijftig meetstations in Nederland. “Maar het meten van fijnstof op zo’n grote schaal door burgers is helemaal nieuw. Dit is echte citizen science.”

Tienduizend Nederlanders gaan op een nationale meetdag in mei of juni een fijnstofmeting doen. Met een opzetstukje voor de iPhone en een gratis app kunnen ze ter plekke meten. Volten: “Zo creëer je een fijnmazig netwerk, waarmee we niet alleen kunnen zien hoeveel fijnstof er in de lucht zit, maar ook de grootte van de deeltjes en het type fijnstof kunnen bepalen.” Zo is beter te onderzoeken hoe ongezond de fijnstof op een plek is.

Fijnstof is heel ingewikkeld om te meten, legt Volten uit. Het is een verzamelnaam voor kleine deeltjes die door de lucht zweven. Die deeltjes verschillen qua samenstelling en oorsprong enorm. “Het kan van alles zijn,” vertelt Volten. Een aantal deeltjes is slecht voor de gezondheid, zoals fijnstof van uitlaatgassen of vulkaanstof, maar er zitten ook deeltjes zeezout tussen die door het lichaam worden opgenomen en helemaal niet slecht zijn.

Ook de grootte van het deeltje doet ertoe. Volten: “Hoe kleiner het deeltje, hoe ongezonder. Een groot deeltje blijft namelijk onschadelijk in je neus hangen, terwijl een heel klein deeltje doordringt tot in de longen.”

Met de huidige meetstations kunnen juist die allerkleinste schadelijke deeltjes minder goed gemeten worden. “De stations halen bij wijze van spreken een emmertje lucht binnen en wegen de massa van het fijnstof,” aldus Volten.

“De Spexmethode – Spex is de grote broer van iSpex – werd ontwikkeld om op afstand bijvoorbeeld stof in de atmosfeer op Mars te kunnen bestuderen. De methode meet ook de grootte van de deeltjes en het type fijnstof.”

“Om fijnstof met de iSpex te meten bestuderen we twee eigenschappen van licht: de kleursamenstelling en polarisatie. We kijken dus niet naar het fijnstof zelf, maar naar het licht dat door de fijnstofdeeltjes wordt weerkaatst.”

Licht bestaat uit golfjes. De kleursamenstelling van licht zegt iets over de lengte van die golfjes, en die lengte wordt onder meer bepaald door een fijnstofdeeltje dat het licht heeft laten ‘afbuigen’. “Hoe meer rotzooi er in de lucht zit, hoe minder blauw de kleursamenstelling.” De polarisatie van licht is de trillingsrichting van een lichtgolf. En de trillingsrichting zegt ook iets over het deeltje waardoor het is weerkaatst. “Zo zijn grootte en type van de fijnstofdeeltjes te bepalen.”

“Eigenlijk is het project een uit de hand gelopen grap,” zegt Frans Snik, sterrenkundige aan de Universiteit Leiden. Hij is betrokken bij de ontwikkeling van Spex, waarmee onderzoekers via satellieten naar de atmosfeer van Mars en de aarde gaan kijken. “Het RIVM vroeg ons of we dat niet ook voor de meetstations in Nederland konden ontwikkelen. Toen gingen we knippen en plakken, en al snel bleek dat we het heel klein konden nabouwen. Toen dachten we: dit moeten we op veel grotere schaal doen, met inschakeling van smartphones.”

Het is één van de grootste citizen science-projecten ter wereld. De betrokkenheid van burgers maakt het project zo bijzonder, vindt Snik. “Mensen kunnen zelf metingen doen, en kunnen zo zien dat wetenschap leuk is.”

En: als mensen beter weten wat er in de lucht zit, gaan ze er wellicht ook bewuster mee om.

Bang dat mensen verkeerd gaan meten, is Snik niet. “Als iemand voor de grap zijn iPhone op een uitlaat of stukje blauw papier richt, pikken we dat er met de apparatuur meteen uit.”

Hij vindt het vooral spannend of ze mensen bereid krijgen mee te doen. Hij heeft goede hoop: de eerste 1700 aanmeldingen zijn binnen.

“We krijgen regelmatig telefoontjes van mensen die willen weten hoe het met de luchtkwaliteit staat, bijvoorbeeld van een moeder die een school voor haar kind uitkiest, of een bewoner van een flat nabij de snelweg. Wij zien overal ter wereld steeds meer burgers die vrijwillig meehelpen met wetenschappelijke projecten. Dat kan, omdat de technologie het toelaat. Zo komt wetenschap steeds een stapje dichter bij de burger.”

De iSpexopzetstukjes zijn (voor een paar euro) te bestellen via www.iSpex.nl.

Foto: Tjitske Sluis