bouchra 2

Bend it like Bouchra

Voor topzaalvoetbalster Bouchra Ait LHou is voetbal “haar eerste liefde.” En die wil ze graag met andere Marokkaanse meiden delen.

Bouchra is een natuurtalent. Ze begint al jong op straat te voetballen. Als ze een keer
bij een voetbaltraining van haar zus bij Buitenveldert komt kijken, vraagt de trainer of ze niet even mee wil doen. Bouchra: “Ik was meteen verkocht.” Nog geen twee jaar
later speelt ze hoofdklasse veldvoetbal.

In de jaren die volgen speelt ze bij veel verschillende clubs. Niet haar keuze – ze wordt gek van al het reizen – maar ze wordt nou eenmaal steeds gevraagd. “Voetbal is mijn alles. Als ik ergens voor word gevraagd kan ik geen nee zeggen.” Zo geeft ze ook veel clinics op scholen en verenigingen. Ze is daarvoor zelfs twee keer in Abu Dhabi geweest. Maar het spelen eiste zijn tol: het was lichamelijk zwaar en bovendien kreeg Bouchra een baan bij de gemeente. “Ik kon niet meer alles op voetbal richten.”

Ze laat veldvoetbal voor wat het is, en gaat zaalvoetballen. “Dat was meteen veel leuker! Ik kan m’n ei erin kwijt, ik ben een heel technische speler, ik heb leren voetballen op straat.” Ook in de zaal blinkt ze uit: ze speelt eredivisie en twee jaar geleden zat ze in het Nederlands Elftal en speelde een interland tegen Spanje. “Dat was echt geweldig. Een heel vette zaal met heel veel publiek, echt een grote wow-factor. We verloren, maar wat was het een eer om daar te spelen.”

bouchra

Ouders over de streep
Goed. Tot dusver het succesverhaal van Bouchra. Opgevoed door moderne Marokkaanse ouders mochten zij en haar zussen altijd sporten. “Kickboxen, voetballen, onze ouders stimuleerden ons.” Maar dat was bij veel andere Marokkaanse gezinnen wel anders, zag Bouchra. “Veel meiden mogen niet voetballen om verschillende redenen. Omdat het ‘een echte jongenssport’ zou zijn bijvoorbeeld, omdat het in een kort broekje is en omdat het hoofddoekje af gaat.” Veel ouders vinden het ook niet prettig als de trainer een man is en dat ‘jongens zo staan te kijken.’ Bouchra: “Daarom is zaalvoetbal ook geschikter, het
is meer beschut.”

Om die meiden toch aan het voetballen te krijgen, richtte Bouchra vier jaar geleden een speciaal team voor allochtone meisjes op. “Autochtonen waren ook welkom hoor, en die kwamen er ook bij. Maar het doel was om allochtone meisjes die niet mogen voetballen over de streep te trekken. Nou ja, met name de ouders dan.”

Het liep storm. Binnen no-time heeft Bouchra twee volle teams met dertig meiden, en een wachtlijst die minstens net zo lang is. Het geheim? De ouders uitleggen wat er gebeurd, ze laten kijken. “Er was een meisje die stiekem kwam voetballen. Toen dacht ik: dat is niet goed, het is mijn verantwoordelijkheid.” Bouchra organiseerde een bijeenkomst voor alle ouders en vond haar moeder bereid om aan de ouders uit te leggen waarom Bouchra juist wel mag voetballen. “Het was een groot succes, de ouders kwamen kijken en wisten
niet wat ze zagen. Dat hun dochters zo’n talent hadden! Zonde dat ze daar niet jaren eerder aan konden beginnen denk ik dan.” Bouchra snapt wel dat ouders niet altijd bij al hun kinderen komen kijken. “In onze cultuur hebben veel mensen wel zes of acht kinderen. Maar als ze maar een keertje komen, dan snappen ze wat hun dochter aan het doen is.”

Zonder hoofddoek en met maillot
Nu traint Bouchra een team meisjes bij zaalvoetbalvereniging OS Lusitanos. Daar is speciaal in samenwerking met de KNVB een zaalvoetbalschool opgericht om meisjes van twaalf tot achttien aan het zaalvoetballen te krijgen. Bouchra’s team is gemengd met Surinaamse, Marokkaanse, Nederlandse en Portugese speelsters, en krijgt iedere zondag training. Gelukkig mogen die meiden wel allemaal voetballen
van de ouders.

Neem Miryam. Zij voetbalde al vanaf haar tiende op school, en zit sinds een paar maanden bij Bouchra in het team. Miryam draagt altijd een hoofddoek, behalve als
ze voetbalt. “Geen probleem,” vindt ze zelf. Ze houdt wel haar maillot onder haar broekje aan. “Mijn ouders vinden het prima als ik voetbal. Ze vinden het wel prettig als Bouchra ze opbelt om te zeggen waar en hoe laat we spelen. Uit bezorgdheid.” Bouchra: “Dat doe ik met meer ouders, ik vind dat contact ook belangrijk.”

Bouchra is voor Miryam een rolmodel. Miryam: “Ze geeft heel goed training en neemt de tijd voor ons. Ze is veel minder streng dan de voetbaltrainer die ik had op school.” Bouchra: “Bij mij staat plezier op nummer één. Ik trek heus mijn grenzen, ze moeten stil zijn als ik iets uitleg. Maar ik benader de groep met een open mind. Als er plezier is komt het voetballen vanzelf. En we werken aan mentaliteit. Als je niet kunt, stuur je me netjes een mail, als je te laat komt heb je een goede reden.”

Het kriebelt wel weer om een team bij elkaar te krijgen met allochtone meisjes die niet mogen voetballen van hun ouders. Bouchra: “Zodra ik de tijd heb ga ik dat weer doen. Voetbal is zo goed voor die meiden, ze kunnen hun emotie kwijt.”