al hassani

‘De repressie heeft de Syriërs taai gemaakt’

In Syrië zijn verkrachters en moordenaars beter af dan politieke gevangenen‚ ondervond de onlangs vrijgekomen mensenrechtenadvocaat Muhannad al-Hassani. ‘Zij kregen een uur per week bezoek. Ikzelf maar tien minuten.’ Afgelopen zomer werd hij vrijgelaten en stapte hij de revolutie binnen.

Hij oogt als een stoere man‚ een tikje macho. De bovenste knopen van zijn overhemd staan open‚ een glimmende ketting hangt om zijn nek. Hij heeft koffie nodig‚ veel koffie. De week voor het gesprek maakte mensenrechtenadvocaat Muhannad al-Hassani lange dagen‚ reizend door Europa om de prijzen die hij won tijdens zijn gevangenschap persoonlijk in ontvangst te nemen‚ waaronder de prestigieuze Martin Ennals Award 2010. Tijdens zijn rondreis doet hij ook het Amnesty-kantoor op de Amsterdamse Keizersgracht aan.
Met de Syrische mensenrechtenorganisatie Swasiya‚ waarvan hij medeoprichter en voorzitter is‚ rapporteerde Al-Hassani jarenlang mensenrechtenschendingen van het Syrische regime. Daarnaast verdedigde Al-Hassani politieke gevangenen. Eind juli 2009 werd hij opgepakt en kreeg hij drie jaar celstraf‚ voor het ‘afzwakken van nationaal sentiment’ en ‘het onthullen van onjuist nieuws dat de moraal van de staat kan ondermijnen’. De Adra-gevangenis‚ in het noorden van Damascus‚ werd zijn nieuwe thuis.
In de nachtmerrie van de detentie – hij werd een keer in elkaar geslagen door medegevangenen en zat een keer in een isoleercel – kwam hij er het afgelopen voorjaar achter dat buiten de muren van de gevangenis een revolutie plaatsvond. De verhalen erover hoorde hij van de verkrachters en moordenaars met wie hij gevangen zat – die hadden meer vrijheid dan hij. ‘Zij kregen een uur per week bezoektijd. Ikzelf tien minuten. En ik werd voortdurend afgeluisterd. Als mijn broers kwamen‚ konden we het niet over de ontwikkelingen in het land hebben.’
In de twee jaar dat hij vastzat‚ zag hij zijn vrouw slechts drie keer‚ zijn zoontje één keer. ‘We wilden hem de gruwelen van de gevangenis besparen. Maar na een tijdje kwam hij er toch achter dat ik hier zat. Toen kon ik hem eindelijk weer zien.’

Begin juni werd hij na 22 maanden gevangenschap vervroegd vrijgelaten‚ met een paar honderd andere gevangenen als onderdeel van een amnestieregeling. Al wist hij wel zo’n beetje wat er gaande was‚ toch schrok hij na zijn vrijlating nog ‘ontzettend’‚ zegt hij. ‘Overal vloeide bloed. Maar ik was blij dat er eindelijk beweging was. We hebben hier lang voor gewerkt.’

De berichten die hij in de gevangenis over de Arabische Lente hoorde‚ maakten tegenstrijdige emoties bij hem los. ‘Ik was blij omdat er eindelijk verandering leek te komen. Ik ken zoveel mensen die zoveel hebben gegeven‚ eindelijk zie je daar iets van terug. Maar ik voelde ook verdriet. Er vloeit overal bloed onder de bevolking‚ ook van mijn naasten en geliefden. Als je als volk zó lang en zó heftig onderdrukt bent door een dictatuur‚ kost het ook lang om je vrij te vechten‚ en betaal je een hoge prijs. Maar geloof me‚ juist door de onderdrukking is het Syrische volk taai geworden. We kunnen veel hebben.’ Tegelijkertijd voelde hij frustratie: ‘Juist in deze tijd zou ik vanuit mijn werk veel
hebben kunnen betekenen. Maar ik zat vast‚ ik was totaal machteloos.’

Ook na zijn vrijlating heeft hij zijn werk niet kunnen hervatten. Tijdens zijn gevangenschap werd hij voor het leven geschorst als lid van de Syrische Orde van Advocaten.

Foto: Jorn van Eck