de gezonde stad

‘Grote bedrijven bereiken meer’

Huizen die zelf energie opwekken, meer groen, blikloze grachten en schoon vervoer: organisatie De Gezonde Stad wil Amsterdam verduurzamen.

Vraagt u zich ook wel eens af waarom er plastic om elke komkommer zit? En stoort het u? Vindt u dat het anders moet, milieuvriendelijker? Zet dan uw idee op de website van De Gezonde Stad. En als veel Amsterdammers het met u eens zijn, stapt De Gezonde Stad naar de supermarkt en gaat met ze in gesprek.

“We willen bedrijven duurzamer maken en daarvoor is de feedback van Amsterdammers essentieel,” zegt upijn Haffmans, oprichter en directeur van De Gezonde Stad.

Amsterdammers laten meedenken over duurzame initiatieven in de stad is voor Haffmans van origine scheikundige en voormalig gemeenteraadslid niet nieuw. Dat deed hij al met het Milieucentrum, voorloper van De Gezonde Stad, waar hij de afgelopen drie jaar directeur was. Die organisatie is al ruim twintig jaar gesprekspartner en adviseur van de gemeente en ‘vertaalt’ de geluiden van Amsterdammers en actiegroepen over duurzame kwesties naar politici. Deze maand verandert het Milieucentrum in De Gezonde Stad.

De geavanceerde website waarop Amsterdammers hun ideeën kunnen posten is wel nieuw. Haffmans: “Het is een soort ideeënfabriek, Amsterdammers dragen ideeën aan en beoordelen andere met plussen en minnen. Als veel mensen een onderwerp belangrijk vinden, komt het op de homepage van de website en komen wij in actie. De discussies die mensen online met elkaar voeren, zijn daarbij heel nuttig.”

In de Groene Gids op de website zijn gerealiseerde groene initiatieven te vinden. Maar bedrijven kunnen er ook vragen stellen aan de bevolking. Haffmans: “Als ik bijvoorbeeld wil weten waar de laadpalen voor elektrische scooters in West moeten komen volgens de bewoners, post ik dat. Als er veel animo is voor het onderwerp, verschuift het naar de grotere community’s, zoals die voor elektrisch vervoer of voor klimaat. Zo ontstaat een gesprek tussen bewoners, experts en bedrijven.”

Waar het Milieucentrum zich in het verleden focuste op de gemeente, gaat De Gezonde Stad zich juist primair richten op bedrijven. Daar valt volgens Haffmans veel meer te halen. “Een politicus verandert een plan of beleid, maar het effect laat vaak jaren op zich wachten. Bedrijven kunnen hier en nu het verschil maken. Zij hebben een veel grotere klimaatvoetafdruk. Neem een bedrijf als Car2Go: dat zet in één keer zeshonderd elektrische auto’s in de stad. Kijk, dan heb je effect.”

In eerste instantie richt De Gezonde Stad zich vooral op middelgrote en grote bedrijven. Zij krijgen advies over verduurzaming, en worden als ze op duurzaam gebied goed bezig zijn in de schijnwerpers gezet in media als Het Parool. “Wist je bijvoorbeeld dat het Hilton Hotel op de Apollolaan regenwater opvangt om wc’s mee door te spoelen? Nee? Ik ook niet. Het is toch mooi als we ze in het zonnetje zetten, zodat andere hotels en bedrijven geïnspireerd worden,” aldus Haffmans.

Bij het geven van advies onderzoekt De Gezonde Stad of de duurzame aanpassingen qua haalbaarheid realistisch zijn. De organisatie hanteert drie vormen van verduurzaming. Besparen, dus minder energie en grondstoffen gebruiken, levert alleen maar geld op. Dan komt investeren met een terugverdientijd: denk aan led-verlichting, zonnepanelen en warmtepompen. En er zijn investeringen die financieel niets opleveren, zoals het geven van een biologische lunch aan je werknemers. Haffmans: “Maar dit levert weer sociale winst op, zoals de arbeidsvreugde van je werknemers, en het vergroten van hun bewustzijn over wat ze eten.”

Volgens Haffmans houdt de crisis bedrijven niet tegen te verduurzamen. “Kijk, sommige investeringen zijn te duur, maar andere zijn gewoon noodzaak om je bedrijf gezond te houden. Zonnepanelen zijn bijvoorbeeld nog best een grote investeringen met lange terugverdientijd, maar led-verlichting moet je gewoon doen. Ik zie enorm veel wil bij bedrijven, ze leggen zichzelf hoge normen op. Alleen weten ze soms niet hoe ze het moeten aanpakken, daar kunnen wij bij helpen.”

Vraag Haffmans één keer naar zijn ideeën voor een duurzame stad, en hij praat uren door. Over de mini-energiecentrale op biogas, in het bedrijfsverzamelpand De Groene Bocht op de Keizersgracht waar De Gezonde Stad kantoor houdt, waardoor ze op tien procent na zelfvoorzienend zijn. Of over groene daken en zonnepanelen, over windmolens rondom de stad, over een grachtengordel zonder auto’s met alleen elektrische taxi’s, over groen, veel groen ook verticaal op gevels. Over elektrische scooters. En over het feit dat we onze CO2-uitstoot weer terug in de grond zouden moeten stoppen.

Waar zijn drive voor duurzaamheid vandaan komt? “Ik houd van deze stad, vanaf het moment dat ik er als kleine jongen kwam. Maar ik maak me tegelijkertijd zorgen. Ik kan me bijvoorbeeld echt kwaad maken over het feit dat we al ruim tien jaar weten dat het slecht is gesteld met de luchtkwaliteit, maar er nog steeds te weinig gebeurt. Oplossingen moeten er komen. Ik wil dat mijn dochters over twintig jaar in een stad zonder de problemen van nu wonen.”

Een andere zorg is het klimaat. Haffmans: “Olie en gas worden duur, op termijn onbetaalbaar. Terwijl alles ervan afhangt: transport, voedsel, warmte en elektriciteit thuis en op het werk. Je kunt ervan vinden wat je wilt, maar het zal onze wereld veranderen, en snel. De Verenigde Naties en landelijke overheden gaan het niet doen. We moeten het lokaal oplossen, hier in de stad.”

Het lijkt onlogisch, maar stadsbewoners leven volgens Haffmans veel klimaatvriendelijker dan mensen op het platteland. “Onze huizen zijn klein en staan dicht op elkaar, dat scheelt ontzettend veel stookenergie. We wonen op een kluitje en hebben van nature al rekening met elkaar te houden. En we vervoeren ons over kortere afstanden, in Amsterdam natuurlijk veel met de fiets. Bovendien wonen er simpelweg steeds meer mensen in de stad.”

Huizen die zelf energie opwekken, meer groen, blikloze grachten en schoon vervoer: organisatie De Gezonde Stad wil Amsterdam verduurzamen.

Eén van de partners waar De Gezonde Stad mee samenwerkt, is Intratuin. Haffmans: “Die deden al wat duurzame dingen, wij helpen ze nog wat verder op weg. Denk aan biologisch afbreekbare tasjes, kweek, warmte, elektriciteit, het uit de schappen halen van vervuilende bestrijdingsmiddelen.”

Andere partners zijn hamburgerketen De Burgermeester, Macbike en Amsterdam Energie. Haffmans: “We brengen hen als voorbeeldondernemers graag onder de aandacht van het publiek.”

Een ander groot project is het, samen met bedrijven, promoten van elektrische scooters. Haffmans: “De elektrische scooter moet de iPhone onder de scooters worden: die móet je hebben. Elke vijf jaar verdubbelt het aantal scooters in de stad. Scooters die rijden op benzine, zijn slechter voor de gezondheid dan vrachtwagens.”

Ook is er een app gemaakt: een kaart van alle gezonde en duurzame initiatieven in de stad. Om te beginnen alle gratis watertappunten en de luchtpunten om je fietsband op te pompen.

Het is de bedoeling dat ook biologische supermarkten, tweedehands winkels, elektrische laadpunten en andere plekken die bijdragen aan een gezondere stad op de kaart komen te staan. Die staan nu al in De Groene Gids op de website; een online virtueel beeld van hoe de hele stad er over dertig jaar uit moet zien.

Foto: Maarten Bezem