mobiele fabriek

Legohuisjes voor noodgevallen

Aardbevingen veroorzaken enorme bergen puin en laten massa’s mensen dakloos achter. De Mobiele Fabriek maakt van het puin bouwstenen voor nieuwe huizen. ‘Met die blokken bouw je in één dag een woning’

Midden in de Amsterdamse haven staat een enorme fabriek die puin tot betonblokken verwerkt. In de loods heerst een oorverdovend lawaai van machines die het puin fijnmaken en tot beton mengen.

Buiten staan gigantische bergen puin netjes gesorteerd op mate van fijnheid; ernaast staan torenhoge muren van opgestapelde betonblokken. We zijn bij betonbedrijf Jansen, dat al vijftien jaar op deze manier puin hergebruikt en er onder andere geluidswerende wanden naast snelwegen van maakt.

Wie goed kijkt, ziet tussen dit industriële geweld een klein huisje staan, gebouwd van een soort legostenen. Het is het begin van het proefproject van De Mobiele Fabriek, dat een dorpje op het haventerrein bouwt van huisjes die mensen in rampgebieden onderdak moeten bieden.

Gerard Steijn, oprichter van De Mobiele Fabriek: “De kennis en techniek zijn er. Nederland recyclet al 98 procent van zijn puin. We gebruiken het onder snelwegen, maar we maken er dus ook betonblokken van. In ontwikkelingslanden gebeurt dat niet of nauwelijks. Het puin wordt daar in de natuur gedumpt, wat zeer vervuilend is. Mensen blijven zonder goede behuizing achter. Daar zien wij een kans.”

Het principe is eigenlijk heel simpel: het puin dat overblijft na bijvoorbeeld een aardbeving, wordt fijngemalen. Meng het met cement, water en vulstoffen en je hebt beton. Steijn: “En dan komt eigenlijk het simpelste: het beton giet je in mallen van legostenen en je hebt bouwstenen voor de huisjes.”

Zeker veertig procent van het puin is goed genoeg om stenen van te maken; de rest wordt gebruikt voor de fundering van de noodwoningen.

Een blok weegt dertig kilo. In principe kan één persoon in één dag één huis bouwen voor vier tot vijf mensen. Steijn: “Ik ben veel in rampgebieden geweest en de drang opnieuw te bouwen is er enorm. Alleen bouwen ze meestal huisjes van slecht materiaal, die dan weer instorten als er een naschok komt. Onze huizen zijn zo stevig dat ze een flinke aardbeving kunnen doorstaan.”

De vorm van de legostenen heeft veel voordelen: mensen hoeven niet te metselen; iedereen kan ermee werken. Daarbij passen de stenen letterlijk als legostenen in elkaar, dus met noppen aan de bovenkant en gaten in de onderkant. Steijn: “Schokken van aardbevingen gaan horizontaal. Een gemetseld muurtje breekt, deze muren blijven staan.”

En de huisjes kunnen uit elkaar worden gehaald en worden verplaatst. Steijn: “In rampgebieden zie je vaak dat mensen huizen bouwen die dan weer weg moeten omdat er andere bestemmingen voor het gebied zijn. Deze huizen kunnen ze dan uit elkaar halen en ergens anders neerzetten.”

NGO’s, overheden en andere geïnteresseerden kunnen het demonstratiedorp in de Amsterdamse haven bezoeken Het blijft twee jaar staan. Steijn wil zo snel mogelijk, liefst dit jaar, een dorp in Haïti bouwen. “Daar leven nog steeds een half miljoen mensen in tentjes. De berg puin is zo groot als de omtrek van de provincie Utrecht.”

Het plan is eerst honderd huizen te bouwen, om te laten zien dat het werkt, en lokale partners te vinden. De huisjes, die twee- tot vijfduizend euro per stuk kosten, afhankelijk van het aantal afnemers, krijgen het oude vertrouwde golfplaten dak. “In de toekomst mét zonnepaneel.”

Foto: Jean-Pierre Jans