worldcoaches

‘Ik ben voor hen het voorbeeld dat je ook op blote voeten prima kunt leren voetballen.’

Dat voetballen een verademing kan zijn voor kinderen in pittige omstandigheden, ondervond dertiger Jerim Owuor zelf toen hij klein was. Hij groeide op in Mathare, een van de grootste sloppenwijken in de buurt van Nairobi in Kenia. Zijn vader stierf toen hij veertien was, zijn moeder bleef achter met Jerim en zijn vijf zussen. Hun huisje was gemaakt van golfplaten en er was geen elektriciteit, geen water en geen privacy. Daarbuiten was veel criminaliteit en drugsgebruik.

‘We hadden het niet makkelijk’, vertelt Owuor, die onlangs in Nederland was voor een trainersopleiding van de KNVB, de Nederlandse voetbalbond. Met zijn jongere zus ging hij er zoveel mogelijk op uit om te voetballen. ‘Het maakte ons blij. We vergaten onze problemen.’

Nu geeft hij zelf voetbaltraining aan kinderen in de sloppenwijk waar hij opgroeide. Owuor is namelijk een WorldCoach: een coach die anderen niet alleen goed leert voetballen, maar ook alles weet over de problemen waar de kinderen mee te maken hebben. Hij leert de kinderen voetbalvaardigheden én life skills. ‘Het gaat er vooral om de kinderen meer zelfvertrouwen te geven’, zegt hij. ‘Veel van hen staan er alleen voor.’ In de trainingen is ook aandacht voor onderwerpen als drugsgebruik, hygiëne, seksueel misbruik en de gelijkheid van jongens en meisjes.

De KNVB lanceerde het WorldCoaches-programma in 1997 en heeft sindsdien zo’n drieduizend WorldCoaches in meer dan vijftien landen opgeleid, van Indonesië tot Brazilië en van India tot Zuid-Afrika. Toen de KNVB begon met de trainingen aan coaches in ontwikkelingslanden, waren de kansen al snel duidelijk: kinderen spelenderwijs laten leren, werkt veel beter dan ze in een lokaaltje zetten en voorlichten. Dat merkt Owuor nog vaak in zijn trainingen, die hij meestal op een zandveldje naast het spoor geeft. ‘Zelfs als de kinderen moeten gaan zitten en ik spreek ze toe, raken ze verveeld. Met oefeningen bereik je veel meer.’

Het meeste indruk maakten de trainingen die Owuor gaf tijdens de gewelddadigheden na de verkiezingen in Kenia in 2008. Hij merkte spanning tussen de verschillende stammen in zijn team. ‘Door ze te laten samenspelen, plezier te laten -hebben en respect voor elkaar te tonen,’ zegt Owuor, ‘zag je dat ze zich realiseerden dat het -allemaal gewoon kinderen waren, geen vijanden.’

Een WorldCoach is eigenlijk een soort rolmodel en vertrouwenspersoon voor de kinderen, legt Owuor uit: ‘Je moet gevoelig zijn voor de kinderen. Als een kind heel traag is, ga je kijken wat er aan de hand is. Heeft hij gegeten? Is er iets thuis aan de hand? En kunnen we erover praten? Soms help ik kinderen zelfs met huiswerk maken.’ Die voorbeeldfunctie komt ook goed uit om praktische redenen; veel kinderen in de sloppenwijk hebben geen schoenen. Die had Owuor ook niet. ‘Ik ben voor hen het voorbeeld dat je ook op blote voeten prima kunt leren voetballen.’