spin

Pil tegen nare herinneringen

Bang voor spinnen? Hoogtevrees? Niet gevreesd! Een team onderzoekers onder leiding van hoogleraar Merel Kindt is het gelukt angstgevoelens te wissen.

Negentien procent van de Nederlanders heeft last van angststoornissen. Van kleine fobieën voor muizen tot ernstige trauma’s door verkrachting en oorlog. Deze angsten kunnen zeer storend zijn in het dagelijks leven. “Van die angstgevoelens wil je dan dus af,” zegt Merel Kindt, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Diep in de hersenen ligt het emotionele centrum van het brein. Dat slaat negatieve emoties op, zoals angst. Het brein bewaart negatieve herinneringen beter dan positieve en neutrale herinneringen. Mensen moeten overleven, en het brein waarschuwt zo voor gevaar. Tot voor kort dacht men dat emotionele herinneringen onuitwisbaar waren. Maar onderzoek van Kindt laat zien dat ingrijpen wél mogelijk is.

Als iemand iets schokkends meemaakt, zoals een overval in een donker park, slaat het brein die informatie goed op. De herinnering aan het trauma kan te pas en te onpas bovenkomen. Het meisje dat overvallen is, raakt steeds weer in paniek als ze een park ziet. Het park herinnert haar namelijk aan de nare overval: de twee zaken zijn in de hersenen met elkaar geassocieerd. Kindt: “Die angsten zijn verankerd in het brein, en daar is heel moeilijk vanaf te komen.”

Kindt heeft in haar onderzoek angst toch weten te wissen, namelijk bij gezonde proefpersonen die geen angststoornis of trauma hadden. Zij leerde hen angst voor spinnen aan, die zij daarna ook weer liet verdwijnen.

Dat resultaat biedt perspectieven om in de toekomst mensen met trauma’s en angststoornissen te behandelen.

In het onderzoek kregen proefpersonen plaatjes van spinnen te zien. Eén van de spinnen werd steeds gevolgd door een pijnprikkel. Uiteindelijk vertoonden de proefpersonen een schrikreactie bij het zien van de spin zonder dat ze een pijnprikkel kregen. De angst voor de spin was hun dus aangeleerd.

Een dag later kreeg een deel van de proefpersonen vlak voordat ze de spin te zien kregen, de bètablokker propranolol toegediend, een middel dat artsen normaal voorschrijven tegen hoge bloeddruk. De dag erna bleek dat de proefpersonen die het geneesmiddel hadden geslikt, niet meer schrokken van de spin.

Een controlegroep die een placebo had gekregen, schrok wel nog steeds. Ook de andere controlegroep, die het geneesmiddel wel had geslikt maar bij wie de herinnering aan de angst voor de spin niet was opgeroepen, schrok later nog steeds van de spin. Niet de pil, maar het ophalen van de herinnering in combinatie met de pil, wist de angst te wissen.

De personen die het geneesmiddel hadden genomen, verwachtten nog wel een pijnprikkel na het zien van de spin, maar voelden geen angst meer. De herinnering blijft dus bestaan, maar de angst is weggenomen.

Maar angstreacties zijn er toch niet voor niks? Ons brein waarschuwt ons toch voor gevaar? Een muizenfobie kan inderdaad beter gewist worden, muizen zijn immers niet gevaarlijk. Maar wandelen in een donker park kan wél onveilig zijn. Is het dan wel verantwoord die angst weg te nemen?

“Het is aan de therapeut te besluiten welke angsten precies aangepakt worden. Dus welke gevaren reeel zijn, en of de bijbehorende angsten rationeel of irrationeel zijn. Daar moet de therapeut een goed beeld van hebben.”

Bij een overval in een park zal de behandeling zich richten op de angst die door de herinnering van de overval wordt opgehaald, terwijl er geen gevaar meer is. Behandeling richt zich dus op irrationele angsten, zoals voor situaties of traumatische herinneringen terwijl er geen gevaar (meer) is.

Het onderzoek van de hoogleraar bootste deze irrationele angsten na: de proefpersonen werden bang voor het plaatje van de spin door de pijnprikkel. Die angst is irrationeel: een plaatje van een spin is helemaal niet gevaarlijk.

Een meisje raakt in paniek door een park omdat ze daar iets naars heeft meegemaakt. “Maar die angst voor een ongevaarlijke spin of een park is irreëel en onnodig,” vindt Kindt.

Over de oorsprong van de angsten voor spinnen en slangen is de discussie overigens nog steeds in volle gang. Personen die nog nooit een grote slang hebben gezien, zijn als de dood als ze er één tegenkomen, hoewel ze nooit een angstige ervaring met het beest hebben gehad. Het zou kunnen dat deze angsten instinctief zijn, aangeleerd door onze voorouders. Maar die theorie is zeer omstreden.

Waarom zijn we eigenlijk bang voor totaal ongevaarlijke muizen? “Waarschijnlijk omdat ze onvoorspelbaar en oncontroleerbaar zijn, daar houden mensen niet van. Dit soort angsten is nutteloos en prima af te leren.”

De meest voorkomende angststoornis is overigens de paniekstoornis. De hartslag wordt hoger, de ademhaling gaat sneller, de handen tintelen, het voelt alsof er iets misgaat in het lichaam. Sommige mensen denken zelfs dat ze doodgaan. Een paniekaanval ontstaat bijvoorbeeld door een verhoogde hartslag vanwege stress. Het vervelende is dat door de paniek de hartslag juist nog verder omhoog gaat.

Om de angst van paniekaanvallen met de methode van Kindt te wissen, zou de angstherinnering aan de aanval opgewekt moeten worden. Dit kan in theorie door de persoon te laten hyperventileren. De therapeut geeft de patiënt de pil en laat hem hyperventileren. Hierdoor wordt het angstgeheugen gewist, waardoor de vrees voor verhoogde hartslag verdwijnt.

Maar dit is toekomstmuziek. De hoogleraar en haar team gaan de komende jaren onderzoeken of de methode ook bij zulke angststoornissen ook werkt.

Waar ligt de ethische grens bij het wissen van angsten? Een commandant zou de angstherinneringen van zijn soldaten kunnen wissen, zodat ze vrolijk schietend weer terug het strijdtoneel op gaan.

Kindt: “Dat is een goede vraag, die ik grappig genoeg ook al een paar keer van Amerikaanse journalisten heb gekregen. Ik ben daar niet bezorgd over: met het medicijn verbreek je alleen de connectie tussen een specifieke herinnering uit de oorlog en de angstreactie. De herinnering zelf aan gevaarlijke oorlogssituaties blijft intact.”

“Het is ook niet zo dat het hele angstsysteem wordt platgelegd. Alleen de link tussen een herinnering en de angst verdwijnt. Als iemand zich weer in een oorlog begeeft, zal hij gewoon weer bang zijn voor werkelijk gevaar.”

Het onderzoek van Kindt en haar team, dat gepubliceerd is in het tijdschrift Nature Neuroscience, heeft veel internationale persaandacht gekregen. “Dat had ik helemaal niet verwacht, het is overweldigend.”

De hoogleraar en haar team gaan verder met onderzoeken wat de effecten op de langere termijn zijn. “Ik kan nog niet met honderd procent zekerheid zeggen dat de angst niet meer terugkomt, maar het ziet er goed uit. Het duurt vermoedelijk nog enkele jaren voordat de methode in therapieën kan worden toegepast.”