ayman

Samenwerken met censors

Aan de vooravond van de massale demonstraties in het Midden-Oosten gingen ruim tienduizend mensen in Jordanië naar het eerste mensenrechtenfilmfestival van het land. De positie van vrouwen werd ruim belicht, maar er waren ook onderwerpen waarover het festival geen films kon laten zien. ‘Volgend jaar willen we nóg gedurfder zijn’, zegt directeur Ayman Bardawil van het Karama Human Rights Film Festival.

Waarom is een mensenrechtenfilmfestival belangrijk in Jordanië?
‘Er is hier een debat gaande over hoe democratisch het land eigenlijk is, en of het niet democratischer kan. Dat debat woedt vooral onder academici. Een filmfestival is toegankelijk voor iedereen, en dat is goed voor de discussie. Film is een aantrekkelijke en onderhoudende manier om mensen meer te laten begrijpen over mensenrechten. Om hen bewust te maken van gevoelige en belangrijke onderwerpen.’

Hoe is het om een festival over kritische onderwerpen als mensenrechten te organiseren
in een onvrij land als Jordanië?
‘Ongelooflijk moeilijk, vooral als onafhankelijke organisatie. Als je een evenement organiseert dat ook maar íets met publieke zaken te maken heeft, zijn er obstakels. Zo is er in Jordanië een wet die openbare bijeenkomsten beperkt. Alleen door samen te
werken met de regering kun je een festival organiseren. Wij hebben veel geluk gehad dat het Royal Cultural Centre ons een vergunning gaf. We werkten daarnaast samen met de Royal Film Commission en The National Centre for Human Rights, allebei nauw verbonden met de staat.’

Maar gingen die regeringsorganisaties zich niet ontzettend bemoeien met de programmering?
‘Eigenlijk hebben we vooral zelfcensuur toegepast. Het was onze eerste editie, dus
moesten we heel voorzichtig zijn met wat we de regering voorschotelden. Ik denk dat we dit jaar al heel gedurfd waren, maar we hielden ons in om een goed initiatief niet vroegtijdig te laten sneuvelen. We hebben dus films uitgekozen die aanvaardbaar zijn
voor de regering. Niet dat ik niet blij ben met de films, integendeel. Ze zijn controversieel
en behandelen serieuze mensenrechtenkwesties in Jordanië. Maar volgend jaar zullen we nóg gedurfder zijn.’

Wat zijn taboeonderwerpen waar u deze eerste editie geen films over kon laten zien?
‘Dat zijn er drie: religie, homoseksualiteit en de koning. Daar kom je niet aan.’

En de films die jullie uitkozen vonden ze
prima?
‘Er is uiteindelijk maar één film uitgegooid, over water. Ze zeiden dat de reden daarvoor
was dat die te lang was, en dat geloof ik eerlijk gezegd wel. De film gaat vooral over andere landen, en er zitten véél kritischer films wel in het programma. Eerlijk gezegd leek het alsof de censors het leuk vonden om programmeurtje te spelen, mee te denken of
een film niet te lang of saai was.’

Hoe ziet het festival er volgend jaar uit, met alle ontwikkelingen in de regio?
‘De situatie is heel spannend nu, regimes in de hele omgeving zijn zich aan het openen. Ook in Jordanië is er verandering. De naam van ons festival, Karama (waardigheid),
heeft nu al veel meer betekenis. Mensenrechten komen hoger op de agenda. Ik denk dat er volgend jaar meer interesse is voor het festival en dat we meer vrijheid krijgen in de programmering. We horen ook al van filmmakers die films aan het produceren zijn over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Dat belooft veel goeds voor volgend jaar.’