tweedehands

Tweede leven

Hoe de crisis tweedehands hip heeft gemaakt.

In een gigantische loods op een industrieterrein in Utrecht hangen honderden kledingstukken in alle kleuren, soorten en maten aan waslijnen kriskras door elkaar. Op lange tafels liggen hopen jurkjes, rokken, pumps, broeken, jassen en sieraden. Eromheen staan goedgemutste vrijwilligers de spullen te sorteren. Tasjes, schoenen en sieraden stallen ze uit op tafeltjes, kleding hangen ze met wasknijpers aan de lijnen. Ertussendoor struinen zo’n honderd bezoekers, vooral vrouwen van tussen de tien en vijfenzestig jaar. Ze zijn met tassen vol oude kleding die ze zelf niet meer dragen naar de loods gekomen, en nu naarstig op zoek naar een nieuwe outfit.

Tussen de menigte door loopt de 21-jarige Tanja Stout speurend langs de waslijnen.  ‘Ik heb al een mooi jasje gevonden, nu zoek ik een riem voor erbij’, zegt ze, terwijl ze de tafel met -accessoires geen moment uit het oog verliest. Ze heeft met haar moeder Annemargriet Stout haar kledingkast opgeruimd en negentien stuks kleding bij de loods ingeleverd. ‘Dus proberen we natuurlijk ook -negentien stuks te scoren.’ -Normaliter gooien de dames Stout kleding waar ze op uitgekeken zijn in de kledingbak. ‘Maar dit is veel leuker’, zegt Annemargriet. ‘Je ziet dat iemand anders weer blij is met jouw kleding.’

Midden in de ruimte worden tussen gigantische balen kleding workshops gegeven. Ieder uur laat een groepje bezoekers zich hier adviseren over kleding die bij hen past. Een van de vrouwen wordt door de styliste gevraagd als proefmodel. Eerst krijgt ze felle kleuren aan, een rood shirtje met een blauwe broek. Allebei strak. Wat de anderen ervan vinden, vraagt de styliste. ‘Ik vind het niet bij haar passen’, zegt er één. ‘Helemaal niks!’, roept een ander. Herfsttinten dan maar, wat losser zittende kleding, en een hoedje erbij. De groep knikt instemmend, en gaat gewapend met een persoonlijk kleur- en stijladvies de loods weer in.

Deze kledingruil is georganiseerd door Little Green Dress. Initiatiefneemster Maartje Maas houdt er zo’n acht per jaar zelf (Extravaganza heten die), en een aantal keer per jaar in -samenwerking met andere partijen, zoals vandaag met kledinginzamelaar Humana, eigenaar van de Utrechtse loods. Voor Maas is het een uit de hand gelopen hobby. ‘Ik woonde in een studentenhuis waar we altijd kleding van elkaar leenden’, zegt ze. ‘Toen ik op mezelf ging wonen, was ik aangewezen op mijn eigen kledingkast. Dus begon ik met vriendinnen kledingruilavonden te organiseren.’

Maas genoot er zo van, dat ze er meer mee wilde doen. In 2010 organiseerde ze haar eerste officiële kledingruil. En zij staat bepaald niet alleen: de afgelopen jaren zijn er steeds meer kledingruilfeesten, kleine informele en grote professionele. In Amerika zit the mother van alle kledingruilen: Clothing Swap organiseert al zestien jaar kledingruilfeesten. Codewoorden op de website: ‘Be good. Be green. Be glam!’

De kledingruilfeesten passen in een trend van hergebruik. Door de economische crisis letten mensen meer op wat ze uitgeven, en het kopen en verkopen van tweedehandsspullen kan daarbij uitkomst bieden. Gerrit Antonides, hoogleraar -economie van consumenten en huishoudens aan de Universiteit van Wageningen, beaamt dat: ‘Mensen worden duidelijk voorzichtiger met hun aankopen. Er is onzekerheid over de dalende inkomens. Ze kopen minder nieuwe spullen.’

Vooral de aankoop van spullen die geen eerste levensbehoefte zijn – denk aan een auto of televisie – wordt uitgesteld. Juist bij deze spullen is tweedehands een steeds populairder alternatief. En dus floreert de tweedehandsmarkt. Mensen beginnen gretig een handeltje op websites als Marktplaats met spullen van zolder, huren een kraam op een markt als de Amsterdamse IJ-hallen of bieden hun kleding aan in tweedehandswinkels of op hippe ruilfeesten.

Tweedehandsspullen zijn altijd al gewild bij startende huishoudens en studenten, economische crisis of niet. Maar als het met de economie slechter gaat, zoals nu, zijn het niet alleen de weinig kapitaalkrachtigen die tweedehands kopen.  Antonides denkt dat het bewustzijn over duurzaamheid ook een rol speelt, vooral bij de verkopers. ‘Mensen zijn blij als iemand anders hun spullen gebruikt, het voelt nuttig om je spullen te koop aan te bieden in plaats van weg te gooien.’

Kringloopwinkels boeren in elk geval goed bij de crisis. ‘De belangstelling is de afgelopen jaren explosief toegenomen’, zegt Harry Slotema, directeur van de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN). En daarmee groeit ook het aantal winkels in Nederland. Terwijl in andere sectoren winkels sluiten, openden vorig jaar elf nieuwe kringloopwinkels hun deuren die bij BKN zijn aangesloten. Buiten de branchevereniging zijn dat er nog meer, maar daar zijn geen cijfers van. Volgens Antonides heeft de opkomst van websites als Marktplaats en eBay de tweedehandsmarkt een enorme boost gegeven.

En dat laten de cijfers van Marktplaats duidelijk zien. Daar worden dagelijks 300.000 nieuwe advertenties geplaatst. Dat is een groei van 10 procent ten opzichte van 2010. Gemiddeld staan er zo’n zeven miljoen advertenties tegelijkertijd op de website. Marktplaats trekt 6,5 -miljoen bezoekers per maand. De rubrieken Huis en Inrichting, Auto’s en Kinderen en Baby’s zijn het populairst onder kopers en verkopers. En de meest gebruikte zoekterm? Gratis.

Kringloopwinkels verkopen niet alleen meer, het type bezoeker verandert ook. ‘Vroeger waren dat vooral mensen met een beperkt budget’, zegt Slotema. ‘Nu zien we alle segmenten van de samenleving: arm, rijk, jong, oud, blank, zwart, grijs, groen, geel.’ Het interieur van de winkels past zich hier volgens Slotema op aan. ‘De winkels waren stoffig en er werd veel gerookt, nu proberen we ze frisser in te richten met goede etalages.’

Die nieuwe bezoeker is ook vaker op zoek naar iets speciaals: net dat ene lampje of kastje die je in reguliere winkels niet vindt. Die zijn er steeds meer in kringloopwinkels, omdat er veel meer wordt aangeboden. ‘En daardoor wordt de kwaliteit van de spullen in de winkel ook beter’, zegt Slotema. ‘We hebben meer keuze.’ Bij kringloopwinkels kun je voor bijna alles terecht, van kinderstoeltje tot theepot, van schilderijtje tot broodrooster.
Het meest verkocht zijn meubels, boeken en platen.

Je kunt er dus prima mee thuiskomen, met tweedehandsspullen. Dat was bij mij vroeger wel anders. Ik weet nog goed dat mijn moeder vaak ‘tweedehandsjes’ voor mij kocht, uit geldgebrek. Zelf was ze altijd heel blij met de winterjas die ze scoorde voor weinig, of de spijkerbroek die nog prima kon. Ik dacht daar anders over: nieuw was cool, en het liefst een duur merk. Het kon ook erger: dat ze vol trots thuiskwam met meubels die ze op straat vond. ‘Van de vuilnisbak’ noemde ze dat. Ik schaamde me rot.

Dat is veranderd. Tóen was het meer iets voor armoedzaaiers, nú is het een trend onder de milieubewuste middenklasse. Het is juist hip om te pronken met een jurkje dat je voor een tientje op de kop hebt getikt, en ineens vintage heet. En die stoel waar je complimenten over krijgt, 15 euro bij de kringloopwinkel!

Het geeft een gevoel van trots dat je minder hebt uitgegeven. Maar er heerst ook een groene trend: spullen hergebruiken is goed voor het milieu, simpelweg omdat het niet opnieuw geproduceerd hoeft te worden. Dat past dus helemaal bij duurzaam leven, dat inmiddels geen hype meer is, maar een bewustzijn dat bij veel bedrijven en consumenten niet meer weg te denken is.

Mijn vrienden kijken dan ook ineens met grote interesse naar wat mijn moeder haar huis in sleept, en krijgen zelfs ideeën om er een hip hergebruikbedrijfje van te maken, met opgeknapte spullen van de straat. Intussen klaagt mijn moeder dat tweedehandswinkels duurder zijn geworden, omdat er zoveel animo voor is. In onze wegwerpcultuur is alles te koop, en voor weinig. Ons gemak zit hierbij stevig in de weg: gebruik je het niet meer, dan gooi je het toch weg en koop je nieuwe spullen? Maar wat we met zijn allen de afgelopen tientallen jaren aan bergen nieuwe spullen hebben verzameld, biedt nu perspectief: om tweedehands bijzondere spullen te kopen en verkopen, voor een zachter prijsje dat ook nog het milieu spaart omdat we minder afval creëren en minder nieuwe productieprocessen in gang zetten.

‘Het is een tegenbeweging tegen de fast fashion van de H&M’s en Zara’s van deze wereld’, meent Maas. ‘Dat is zo goedkoop, en die collecties veranderen continu.’ Met haar kledingruilfeesten wil ze vrouwen ervan bewust maken dat kleding een tweede leven kan krijgen, dat je niet meteen hoeft weg te gooien als je erop bent uitgekeken, – ‘én dat duurzaamheid leuk kan zijn.’ Biologische smoothies, cappuccino’s, taarten, goede muziek en advies van professionele stylisten helpen daarbij.

Een andere manier om shopaholics bewust te maken, is ze een jaar niet te laten winkelen. En dat doet de Free Fashion Challenge. Iedereen die meedoet – aanmelden kan via www.freefashionchallenge.com – spreekt af een jaar lang geen nieuwe kleding te kopen, geen schoenen, geen truitje, geen jas, nee, zelfs geen sokken. Ruilen en lenen mag wel. Het initiatief wil vooral laten zien dat je je ook modieus kunt kleden zonder nieuwe kleding, maar door creatief te zijn met wat je al in de kast hebt hangen.

Ook Laura Somers, eigenares van De Ruilhoek in de Rivierenbuurt in -Amsterdam, ziet een groeiende trend in haar winkel de afgelopen jaren. De winkel bestaat al dertig jaar. Toen Somers acht jaar geleden de winkel overnam, kwamen er vooral mensen met weinig geld uit de buurt. Nu komen er ook veel jonge, hippe mensen, ja ‘zelfs BN’ers’ verzekert ze, uit alle delen van Amsterdam en andere steden. ‘Het is hier altijd knaldruk’, zegt Somers.

In De Ruilhoek kun je niet alleen tweedehandskleding kopen, maar ook je eigen kleding te koop aanbieden. ‘Dat loopt ontzettend goed’, zegt Somers, die zo’n 350 stuks aan tweedehandskleding per dag inneemt van klanten. Via een onlinesysteem kun je zien of de kleding verkocht is. Wat na een paar maanden niet verkocht is, ongeveer een derde van de kleding, gaat naar een goed doel. Terwijl de verkopen in de detailhandel, dus ook van reguliere kledingwinkels dalen, ziet Somers haar omzet stijgen.

In Utrecht waar de kledingruil op zijn einde loopt, hangen nog wat achterblijvertjes die met niemand mee naar huis gaan. Die gaan naar een goed doel in Congo. Annemargriet Stout vond het een heel leuke ervaring, vooral de tips van andere vrouwen bij de spiegels. Recyclen deed ze vroeger ook wel. ‘We moesten wel. We konden niet alles zomaar kopen en weggooien; daar hadden we het geld gewoonweg niet voor.’

En dat hebben steeds meer mensen nu ook niet. Tel daarbij op het groeiende idee dat we wat duurzamer moeten gaan leven, de bergen spullen die we in de betere jaren hebben verzameld en het feit dat het juist trendy is om te hergebruiken – en het lijkt erop dat tweedehands nog wel even in de mode blijft.

Mira Zeehandelaar, die in het juli–augustusnummer schreef over vreedzame revoluties, kleedt haar dochter nu ook -gretig in ‘tweedehandsjes’.